Energiecollectieven

Energiecollectief is een opkomend begrip. Deze Bottom-up georganiseerde initiatieven kunnen een grote rol spelen in de energietransitie en innovatie in de energietransitie.  Dit kennisdossier gaat in op wat energiecollectieven zijn, wat voor activiteiten ze in kunnen participeren en wat de waarde is die ze creëren. Wat is de stand van zaken betreft energiecollectieven in Nederland en wat is de rol van energiecollectieven op bedrijventerreinen? En hoe kunnen we er voor zorgen dat hun potentieel voor de energietransitie waarmaken?

Wat zijn het?

Energiecollectief is een vrij nieuwe term en daarom nog niet goed ingekaderd. Regelmatig worden veel verschillende termen door elkaar heen gebruikt zoals energiegemeenschap, energy community, en energiecollectief. Al deze termen verwijzen naar twee aspecten: 1. Een groep of een collectief burgers die 2. gezamenlijk hun energie regelt. Een groot verschil met energiecoöperaties is dat energiecoöperaties voornamelijk de opwek van energie gezamenlijk organiseren, maar daarna de energie verbruiken als gebruikelijk binnen het huidige energiesysteem. Energiecollectieven gaan een stap verder en creëren door middel van (slimme) software een nieuw systeem om energie te behandelen, al vaak nog wel als subsysteem binnen het huidige grotere energiesysteem. Een energiecollectief kan met elektriciteit maar ook over warmte(netten) bezig zijn. Dit kennisdossier beperkt zich echter tot energiecollectieven die met elektriciteit aan de slag gaan.

Wet- en regelgeving

De regels omtrent het energiesysteem zijn vastgelegd in de Gaswet en de Elektriciteitswet uit 1998. In 2018 heeft het Europees parlement een wetgevingspakket ingestemd ter bevordering van het halen van de klimaatdoelen: The Clean Energy Package (CEP). Hierin staan kaders en richtlijnen waaraan de wetgeving in huidige lidstaten aan moet voldoen. Het CEP maakt een begin met de juridische status van energiecollectieven gebruikmakend van twee overlappende definities van energiegemeenschappen; de energiegemeenschap van burgers (Citizen Energy Community, ofwel; CEC) en de Hernieuwbare energiegemeenschap (Renewable Energy Community, ofwel; REC). Naast deze definities worden ook nog andere rollen gedefinieerd die van toepassing kunnen zijn op een energiecollectief, te denken aan de actieve afnemer, en de gezamenlijk optredende zelfverbruikers van hernieuwbare energie. Aan de hand hiervan is Nederland aan de slag gegaan met een nieuwe energiewet. Hierin worden vooral activiteiten beschreven die door verschillende actoren uitgevoerd kunnen worden. Zowel een energiegemeenschap als een leverancier kunnen leveren en in de energiewet is het irrelevant wie de activiteit uitvoert. Daarmee zouden in de nieuwe energiewet alle rechten tot het uit kunnen voeren van activiteiten geborgd moeten worden. Verder wordt er geen onderscheid wordt gemaakt tussen REC’s en CEC’s. De gezamenlijk optredende zelfverbruikers en de actieve afnemer worden niet gedefinieerd in de energiewet. Via deze wet kunnen energiecollectieven (slechts) aangesloten worden op een tweede allocatiepunt bij een elektriciteitsmeter waardoor zij in beperkte mate kunnen handelen als een energieleverancier en direct aan hun leden kunnen leveren. Energiegemeenschappen en actieve afnemers zijn daarmee veelal onderworpen aan geldende regels voor leveranciers. Naast deze bepaling zijn er meer wijzigingen doorgevoerd, zo krijgt de ACM (Autoriteit Consument & Markt) een grotere rol toebedeeld. De huidige versie vindt je hier. Wanneer de nieuwe wet precies ingaat is nog niet duidelijk.  

 

Meestal zit er ook een lokaal aspect in de energiecollectief en bestaat deze uit betrokken bewoners van dezelfde wijk of regio. Een energiecollectief kan daarom makkelijk, maar niet noodzakelijkerwijs uit een energiecoöperatie ontstaan. Er zijn verschillende redenen voor de individuen om mee te doen. Enkele zijn: onafhankelijkheid van energieleverancier creëren, een bijdrage willen leveren aan de verduurzaming van de samenleving of een passie voor innovaties en nieuwe technologie. Een groot deel van de activiteiten van energiecollectieven staat echter nog in de kinderschoenen, mede door beperkende wet- en regelgeving. Vanuit de EU is het Clean Energy Package doorgevoerd waar wettelijke kaders  voor nieuwe regelgeving omtrent het energiesysteem in staan waaraan de lidstaten aan moeten voldoen. Hierin wordt een begin gemaakt met de juridische status van energiecollectieven (energy community). Echter is de exacte invulling daarvan aan elke individuele lidstaat, en zal de Nederlandse invulling op zich laten wachten tot de nieuwe energiewet rond is (zie ook kader wet- en regelgeving).

Activiteiten

Doordat er nog geen duidelijke definitie van energiecollectieven bestaat, zijn er veel verschillende activiteiten waarin energiecollectieven mogelijk in kunnen participeren. In een nog op te leveren position paper over energiecollectieven van TNO worden de mogelijke activiteiten uitééngezet.  Hierin worden de volgende categorieën aan activiteiten geïdentificeerd.

Services aan de gemeenschap
Hieronder vallen energie services aan de leden van de energiecollectief, zoals monitoring services of advies over energiebesparing. Ook financiële services zoals leningen voor het investeren in duurzame energie-opwek of het verhuren of leasen van assets zoals zonnepanelen of elektrische auto’s (EV’s) vallen hieronder.

Gezamenlijke inkoop of bezit
De energiecollectief kan voorzien in gezamenlijke inkoop of het leasen van energiebronnen zoals zonnepanelen. Ook het gezamenlijk inkopen van elektriciteit op de markt of elektro-mobiliteit, in bijvoorbeeld in de vorm van EV’s, vallen hieronder.

Energielevering, -verkoop en -uitwisseling
De energiecollectief kan ook de opgewekte energie doorverkopen aan zijn eigen leden of aan externe partijen zoals Balancing Responsible Parties (BRP’s). Een andere optie is de energie in een peer-to-peer-vorm uit te wisselen tussen de leden (zie kader peer-to-peer).

Impliciete vraagsturing
De gemeenschap kan optreden als losse entiteit in het energiesysteem door de energiestromen binnen de gemeenschap te balanceren. Wanneer een collectief een als één entiteit wordt gezien door de netbeheerder is er een prikkel  om te zorgen dat de prognose van de netto energieconsumptie en productie van het collectief overeenkomt met de realisatie. Wanneer het collectief een netaansluiting kan het collectief geld besparen door binnen een bepaalde grenswaarde te blijven. Wanneer dit beiden niet het geval is zijn er nog kan het collectief voor andere redenen collectieve zelfconsumptie toepassen, zoals aansturen op zoveel mogelijk lokaal en duurzaam te gebruiken, of optimaliseren op basis van besparing op energieleveringskosten, netkosten of energiebelasting of Time-of-use optimalization (ToU). Deze interne optimalisatie kan aangestuurd worden door een door de gemeenschap beheerde aggregator.  Tot slot kan de gemeenschap als entiteit ook nog noodvermogen leveren, maar ook dat heeft door het extreem betrouwbare energienetwerk in Nederland weinig toegevoegde waarde.

Expliciete vraagsturing
De gemeenschap kan zijn energieflexibiliteit ook aanbieden aan een externe aggregator, die deze kan inzetten op verschillende balancering- en congestiemarkten. Elke individueel lid van de gemeenschap kan dit voor zichzelf aanbieden of de gemeenschap kan als geheel zijn flexibiliteit aanbieden. Ook kan de gemeenschap zelf als aggregator optreden en deze diensten aan de markt aanbieden.

Domeinoverstijgende activiteiten
Buiten activiteiten op energiegebied kan de energiecollectief ook het bestaande sociale netwerk gebruiken om te participeren in activiteiten op andere gebieden zoals het milieu, voedsel en landbouw en mobiliteit.

Peer-to-peer

Het concept peer-to-peer handel blijkt lastig te duiden omdat het in verschillende contexten en bij verschillende activiteiten wordt gebruikt. In het dagelijks taalgebruik wordt met peer-to-peer verwezen naar een handeling (vaak uitwisseling) die geschiedt tussen twee gelijke, niet commerciële, partijen.  Wanneer er sprake is van energie peer-to-peer handel denkt men aan een levering van een peer aan een andere peer of het delen van energie; bijvoorbeeld tussen twee buren of binnen een collectief. Het leveren van energie aan elkaar, of het delen, kan geregistreerd worden met tussenkomst van een administrator.
Het onderling uitwisselen van elektriciteit is op dit moment al technisch mogelijk, maar vraagt veel administratieve eisen, doordat het verplicht is in de huidige wetgeving om leverancier te zijn om elektriciteit te mogen leveren, ook aan eventuele peers. Hierdoor is peer-to-peer levering zonder tussenpartij eigenlijk niet mogelijk. Verder wordt peer-to-peer genoemd het Clean Energy Package, echter wordt hierin ook niet duidelijk wie of wat de peers zijn en hoe ze verschillen van de al nader omschreven marktpartijen. In de position paper van TNO wordt daarom geconcludeerd dat peer-to-peer levering niet significant verschilt van andere elektriciteitslevering door energiecollectieven en wordt deze niet als losse activiteit genoemd.

 

Bezit en beheer van energie-infrastructuur
De gemeenschap zou ook zelf in bezit kunnen zijn van de energie-infrastructuur en deze beheren. Echter in Nederland is het alleen de netbeheerder toegestaan gas- en elektriciteitsnetwerken waaraan huishoudens aangesloten zijn te bezitten en beheren. Bedrijven mogen wel privénetten zonder aangesloten huishoudens beheren

Energiecollectieven kunnen aan één of meerdere van deze activiteiten uitvoeren, afhankelijk van de doelstellingen van de gemeenschap. TNO heeft verschillende archetypes van energiecollectieven geïdentificeerd, die participeren in een specifieke combinatie van deze activiteiten op basis van de doelstelling van de energiecollectief. Echter is elke energiecollectief uniek, en hangt het geheel van zijn leden af welke exacte combinatie van activiteiten een energiecollectief in wilt participeren.

Door de verschillende activiteiten generen energiecollectief waarde voor het energiesysteem. Ze bevorderen vaak de inzet van duurzame energie en helpen het energiesysteem te balanceren. Buiten deze waarde voor het energiesysteem, kan het sociale aspect van energiecollectieven nauwelijks onderschat worden. Omdat een energiecollectief vaak bottom-up gesticht wordt door betrokken burgers, generen ze vaak ook veel sociale waarde. Zo bevorderen ze een gevoel van onafhankelijkheid (van energieleveranciers) of bevorderen de sociale cohesie in een lokale gemeenschap.

Energiecollectieven in Nederland

Er zijn enkele energiecollectieven al actief in Nederland, vrijwel allemaal voortgekomen uit een energiecoöperatie. Veruit de meeste zijn nog aan het experimenteren en onderdeel van een gesubsidieerd onderzoeksproject, regelmatig onder een EU-subsidieregeling. Vaak worden deze projecten gestart door enthousiastelingen met een achtergrond in de energiesector die graag zelf aan de slag gaan met innovatieve technologieën, waardoor er nog weinig professionaliteit in energiecollectieven te vinden is. Dit biedt kansen omdat energiecollectieven dus al met flexibilisering aan de slag gaan, terwijl marktpartijen nog aan het afwachten zijn op een gunstige businesscase. Het feit dat ze dit vanuit een andere motivatie oppakken dan bedrijven kan ervoor zorgen dat er problemen worden opgepakt en aangekaart die anders zouden blijven liggen. Echter, sluiten subsidieregelingen niet altijd goed aan op waar deze energiecollectieven of enthousiastelingen mee bezig zijn. Ook hebben deze vaak geen behoefte om de administratieve last die bij de aanvraag van een subsidie komt te dragen. Hierdoor missen deze pioniers mogelijkheden tot opschalen of het vastleggen en delen van hun inzichten, en blijft een groot deel van hun potentie onbenut. Om energiecollectieven te professionaliseren worden er verschillende projecten opgestart die werken aan een coöperatieve aggregator, die assets van verschillende collectieven zou kunnen aansturen. Hier kunnen energiecollectieven zich bij aansluiten en hun flexibiliteit aanbieden. Het idee achter de coöperatieve aggregator is dat de bottom-up, coöperatieve factor behouden blijft, maar energiecollectieven wel de kans bied om makkelijker en professioneler bij te dragen aan de balans van net, en het oplossen van netcongestie.

Bedrijventerreinen

Speciale aandacht verdienen energiecollectieven op bedrijventerreinen. De laatste jaren treedt steeds vaker netcongestie op bedrijventerreinen op, waardoor nieuwe zonnedaken niet aangesloten kunnen worden of bedrijven niet kunnen uitbreiden.. Ook de toename van elektrisch vervoer en vrachtvervoer creëert uitdagingen op bedrijventerreinen. Het gezamenlijk regelen van energievoorzieningen en -stromen kan hier een uitkomst bieden. Dit kan door het opzetten van een energiehub, waarbij opwek en afname op één aansluiting zitten (denk aan het combineren van zonnepanelen en laadpalen), het installeren van een batterij of het slim aansturen van de energievraag op een bedrijventerrein. Ook kunnen energiecollectieven op bedrijventerreinen op andere manieren bijdragen aan de energietransitie, door gezamenlijk aan de slag te gaan met verduurzaming of aansluiting te zoeken bij opleidingen.
Omdat het op bedrijventerreinen vaak ondernemers in plaats van burgers betreft hebben energiecollectieven op bedrijventerreinen daarom een andere vorm. Het is bevorderlijk voor de slagkracht van het collectief als er een instantie is die zeggenschap heeft op het hele terrein. Dit kan een parkmanager of een speciaal daarvoor opgerichte coöperatie zijn. De motivaties van ondernemers op zich hier vervolgens bij aan te sluiten zijn vergelijkbaar als bij burgers: Zo vinden ondernemers het interessant om met iets nieuws en innovatiefs bezig te zijn en een voorbeeld daarin te worden, hechten ze veel waarde aan onafhankelijkheid en hebben graag hun energie zelf in de hand, en willen ze vooral ook goedkoper uit zijn.

Verder speelt de gemeente vaak een veel grotere rol bij energiecollectieven op bedrijventerreinen. Zo controleert de omgevingsdienst of bedrijven zich aan de regels omtrent energiebesparende maatregelen houden, maar kan deze ook een partner zijn van de energiecollectief. In deze rol kan de omgevingsdienst aangesloten ondernemers belonen in plaats dat ze alleen boetes uitdelen. Vanuit de al bestaande energiecollectieven op bedrijventerreinen wordt ook aangegeven dat er meer behoefte is aan deze zogenaamde ‘wortel’ naast al de bestaande ‘stokken’.  Ook wordt het probleem vaak bij de gemeentes en netbeheerder gelegd die verantwoordelijk zijn voor het respectievelijke stimuleren en aansluiten van nieuwe zonnedaken. De huidige energiecollectieven (zoals Greenbiz IJmond en ECUB) op bedrijventerreinen zijn veelal ontstaan vanuit innovatieve ondernemers die graag zelf aan de slag wilde om te verduurzamen en de andere ondernemers op het terrein hebben overtuigd, maar in de toekomst is het niet ondenkbaar dat het eerste initiatief uit de gemeente zal moeten komen. Dit wordt nog eens extra verstrekt doordat veel RES’en regelmatig inzetten op grootschalige zonnedaken, die veelal op bedrijventerreinen terecht komen.

Net als bij burgerinitiatieven is ook de grootste uitdaging bij bedrijventerreinen voornamelijk organisatorisch. De ondernemers die al zonnepanelen geïnstalleerd hebben zien vaak niet dat er een probleem is terwijl andere ondernemers geen zonnepanelen meer kunnen aansluiten of geen extra productielijn kunnen oprichten. Het overtuigen van alle partijen op hetzelfde terrein van de urgentie van het probleem en zich daarom aan te sluiten bij de gemeenschap om te zorgen dat er beslissingen worden gemaakt die gunstig zijn voor alle partijen blijkt één van de grootste uitdagingen om dit soort initiatieven van de grond te krijgen. Verder is een sterke behoefte voor het ontwikkelen van een blauwdruk waarmee andere bedrijventerreinen makkelijker van start kunnen met het oprichten en doorontwikkelen van een energiecollectief. Tot slot werkt wet- en regelgeving vaak nog niet in het voordeel van bovengenoemde oplossingen.

Wat is er nog nodig?

Ondanks dat er groeiend initiatief is vanuit burgers voor het stichten van energiecollectieven, zijn er nog wel wat belemmeringen om ze goed van de grond te krijgen. Technologisch is er wel al veel mogelijk, maar de wet- en regelgeving laat op het moment weinig ruimte om de bovengenoemde activiteiten uit te voeren. Hierin zit veel overlap me de knelpunten zoals benoemd in Rapport Knelpunten Smart Energy. Dit belemmert voornamelijk de mogelijkheden om een businesscase rond te krijgen. De verwachting is dat de nieuwe energiewet hier meer ruimte voor zal bieden, al bestaan daar ook zorgen over. Zo heeft Energie Samen een whitepaper gepubliceerd met aanbevelingen hoe de activiteit van energiedelen in de nieuwe energiewet kan worden opgenomen en hoe deze activiteit gestimuleerd kan worden. Energie Samen is van mening dat energiedelen een goede oplossing is om het net te ontlasten en tegelijkertijd energiecollectieven in hun behoefte te voorzien om de hernieuwbare energie die ze opwekken ook direct door de eigen leden of bijvoorbeeld door mensen in de buurt gebruikt laten gebruiken. Daarvoor adviseren zij energiedelen in de wet op te nemen, de definitie van allocatiepunt te herzien, voorrang geven aan elektriciteitsproductie die de belasting van het net minimaliseren bij subsidies en het toekennen van transportcapaciteit en korting te geven op transporttarieven als een collectief hun afname afstemt op productie.  
Ook organisatorisch liggen er uitdagingen. Hoewel er al vele energiecoöperaties in Nederland bestaan, is het concept van energiedelen vrij nieuw. Energiecollectieven die hiermee aan de slag willen missen vaak de kennis en middelen om uit te vinden wat er in hun specifieke situatie mogelijk en zinvol is (aangezien elk collectief en elke systeem in zekere mate uniek is en maatwerk vereist) en een aangrijppunt waarmee ze kunnen opstarten. Daarbij bestaan er nog geen duidelijke kaders hoe zo’n systeem opgebouwd kan worden, en hoe burgers en ondernemers effectief hierin kunnen samenwerken. Hiervoor moeten niet alleen de technische aspecten verder uitgewerkt worden, maar ook gekeken worden hoe het systeem eerlijk, democratisch en inclusief ingericht kan worden, omdat er anders onwenselijke en oneerlijke systemen kunnen ontstaan die zich moeilijk laten veranderen. De Club van Wageningen heeft wel al een begin gemaakt hoe deze publieke waarden ingebed kunnen worden in het ontwerp van de energiecollectief.

Binnen het concept van energiedelen is innovatie voornamelijk gewenst op organisatorisch niveau. Op het gebied van techniek is wel al veel mogelijk, maar is zeker nog ruimte voor innovatie. Echter zullen de sociale aspecten van energiecollectieven en publieke waarden hierin niet vergeten moeten worden. Ook is er ook nog een kennishiaat op het gebied van energiecollectieven en collectieve oplossingen voor bedrijventerreinen. Om deze innovatievragen te beantwoorden en het potentieel van energiecolllectieven op het gebied van innovatie te ontsluiten is het nuttig om vanuit de innovatiesector ondersteuning te bieden aan energiecollectieven. Zo zou een laagdrempelige subsidie voor energiecollectieven die willen gaan innoveren energiecollectieven een steun in de rug kunnen geven. Deze moet niet teveel administratieve last veroorzaken en zal ook anders ingestoken moeten worden dan de huidige innovatiesubsidies voor bedrijven.