Interview met John Post, programmadirecteur Digitaliseringsagenda Topsector Energie

Nieuwsbericht |
Netwerk

"Het energiebedrijf van de toekomst is een IT-bedrijf"

Wat betekent digitalisering voor de energiesector? Hoe zet je nieuwe digitale technieken in om de energietransitie optimaal vorm te geven? John Post, programmadirecteur Digitaliseringsagenda, helpt de TKI’s in de Topsector Energie met het vinden van handvatten. ‘Digitalisering maakt energietransitie mogelijk.’

In 2012 raakte je voor het eerst betrokken bij de Topsector Energie. Wat is er in die 5 jaar veranderd?

Het belang van ICT en digitalisering wordt door de sector nu breed gedragen. Data wordt herkend als belangrijkste resource. ‘Begrippen als ‘cyber security’, ‘blockchain-technologie’ en ‘smart grids’ zijn inmiddels ingeburgerd. Energiebedrijven zetten zwaar in op ICT en nemen veel nieuwe mensen aan. Netbeheerders investeren in bijvoorbeeld sensortechnologie om de kwaliteit van hun netwerken te verbeteren. Het leidt geen twijfel: het energiebedrijf van de toekomst zal in veel onderdelen een IT-bedrijf blijken te zijn.’

Wat is er in de energiewereld hetzelfde gebleven?

De energiesector is van oudsher een sterk gereguleerde en gereglementeerde sector, overzichtelijk ingedeeld in producenten, distributeurs en afnemers. Dat verandert nu wel - je hebt als energiegebruiker nu meer te kiezen, er komen nieuwe producenten en nieuwe diensten bij. Maar in een geïnstitutionaliseerde wereld zoals deze zijn gevestigde belangen groot, blijken bestaande patronen hardnekkig en gaan veranderingen langzaam.’ 

Wat is nu onze grote uitdaging?

‘Dat is om te laten zien hoe digitalisering alle onderdelen van onze maatschappij, en dus ook de consortia in de Topsector Energie, raakt. Neem Wind op zee, waarbij digitale technologie wordt gebruikt voor monitoring en distributie. Of Urban Energy, waarbij de gebouwde omgeving kan bestaan uit een netwerk van energie producerende en energie gebruikende gebouwen. Digitalisering is de verbindende schakel. Binnen de consortia, tussen de consortia, en ook tussen de verschillende infrastructuren in Nederland.’

Hoe kunnen we dat zien?

‘Ik geef een voorbeeld. Kijk je naar energiebesparing in de gebouwde omgeving, dan praat je gewoontegetrouw over gebouwen en heb je de neiging om binnen de grenzen van dat gebouw te blijven denken. Dus je wilt multifunctionele bouwdelen inzetten, optimale beglazing voor de isolatie, zonnepanelen op het dak, et cetera. Maar dan blijft je inspanning beperkt tot dat ene gebouw. Wat ik nu probeer uit te dragen, is dat dit gebouw een element is in een energiesysteem, dat energie gebruikt, maar ook in staat is die te leveren. De vraag is dus veeleer: hoe kun je zo’n gebouw/element optimaal laten functioneren in een intelligent energienetwerk, een smart grid. In dat systeem kan het ene gebouw het energietekort van een ander gebouw aanvullen. En omgekeerd. Overtollige energie kan worden opgeslagen of omgezet naar een andere drager. Een gebouw kan tijdelijk meer zonnecellen inzetten om spanningsverschillen te neutraliseren. Een gebouw kan zijn energieoverschot aanbieden op de flexibiliteitsmarkt.

Maar dit kan dus ook op grotere schaal?

‘Ja. Je moet rekening houden met schaalbaarheid. Hoe groter en complexer het systeem, des te ingrijpender wordt het dan om een probleem op te lossen – de wet van de verminderde meeropbrengst. Ofwel: maak het niet te complex, anders stort het netwerk in. En je moet ook goed kijken naar de repliceerbaarheid. Het is nooit helemaal 1 op 1, er zijn altijd aanpassingen nodig. Maar toch kun je zeggen: wat binnen zo’n netwerk kan, kan natuurlijk ook tussen meerdere netwerken.’

Waar moet je dan aan denken?

‘Denk aan netwerken van woonwijken, maar ook aan bedrijventerreinen en industriegebieden die zo met elkaar organische energienetwerken vormen. En om het nog iets groter te maken: digitalisering maakt ook mogelijk dat vitale infrastructuren beter met elkaar samenwerken. Denk aan Water en Energie. In elke situatie met een waterprobleem – of het nu droogte is, of overstromingen – is Energie de eerste aanpalende infrastructuur die geraakt wordt. Neem de orkaan Sandy die in 2012 New York trof. Uiteindelijk helemaal niet zo heftig als voorspeld. Maar Sandy veroorzaakte wel een overstroming en Manhattan zat drie dagen zonder stroom. Met behulp van digitalisering – denk aan slimme sensoren en digitale protocollen die tijdig allerlei maatregelen kunnen inzetten – kun je je weerstand en veerkracht aanzienlijk vergroten.’

Terug naar de energiewereld. Wat zijn nu concreet de assets op een rij?

‘Dankzij de digitalisering heb je in zo’n organisch energienetwerk beter inzicht in de productie, vraag en het gebruik van je energie. En je kunt die energie flexibeler en efficiënter gebruiken. Dat leidt tot besparing op je energiegebruik en tot lagere kosten. 

Maar, en dat is wel een ander essentieel aspect van wat ik probeer duidelijk te maken, zulke organische energienetwerken komen alleen tot stand als we data gaan zien als behorend tot onze meest waardevolle grondstoffen. Waardoor we besluiten kunnen nemen gebaseerd op de actualiteit en niet op basis van procedures. En als we samenwerken. Ofwel: als we onze data willen delen. In de industriesector is dat bijvoorbeeld nog niet vanzelfsprekend. Daar kan het belangrijk zijn dat je je concurrent geen inzicht geeft in jouw data. Ik zie het bijvoorbeeld in de Rotterdamse haven. Ik dacht: dat zal een geolied ecosysteem zijn waarin men met elkaar praat. Maar nee, er zijn daar nog genoeg bedrijven die op hun data blijven zitten en de ander niet willen laten profiteren. Je krijgt dan dus niet de enorme efficiency- en besparingsslag die mogelijk is.’

Hoe is dat in de energiesector zelf?

‘Daar bestaat die reserve minder omdat concurrentie in deze gereglementeerde sector van oudsher een mindere rol speelde. Dat is wel weer een voordeel van de cultuur in de energiesector. En daarbij is het is heel simpel: als je niet kunt delen, kun je ook niet vermenigvuldigen. Dan werkt het niet. Ik ben ervan overtuigd dat deze transitie gaat plaatsvinden en deels al plaatsvindt. Niet alleen in de energiewereld, maar in de gehele maatschappij.’

Waar sta je nu, als programmadirecteur in de TKI Energie?

‘Ik heb samen met energiestrateeg en ondernemer Arash Aazami de paper Digitalisering in het energielandschap geschreven. Daarin gaan we dieper in op de kansen die er dankzij digitalisering liggen voor onze energievoorziening. Ik voer discussies met de TKI’s in de sector over wat digitalisering specifiek voor hen betekent. Mijn doelstelling is dat dat verhaal in elke nieuwe Kennis en Innovatie Agenda van de TKI’s doorklinkt. Digitalisering staat nu op de kaart en dat is een begin.’