‘Referentiearchitectuur onmisbaar om samenhang energiesysteem te houden’

Nieuwsbericht |
Digitalisering
|
.

Wat is het belang van een referentiearchitectuur voor ons energiesysteem? We vroegen het Marcel Volkerts van Baringa Partners en Harold Veldkamp, programmadirecteur TSE Digitalisering. Ook vroegen we hen wat er nodig is voor de verdere ontwikkeling ervan.

Deze maand presenteert adviesbureau Baringa het rapport ‘Verkenning naar een referentiearchitectuur voor de Nederlandse energie-infrastructuur’. Daaraan werkte het adviesbureau sinds februari dit jaar in opdracht van RVO voor het programma Digitalisering van de Topsector Energie. Sinds de start van de verkenning kwam Baringa al met twee deelrapporten:

Digitalisering inpassen

“Een referentiearchitectuur is een soort blauwdruk die inzichtelijk maakt hoe allerlei onderdelen van het energiesysteem zich tot elkaar verhouden, op elkaar aansluiten en met elkaar communiceren”, aldus Volkerts. “Het ontwerpen van een referentiearchitectuur is nodig omdat het huidige energiesysteem niet berekend is op alle ontwikkelingen die gaande zijn in de energiesector. Dat gaat over de energienetten, maar ook over alle achterliggende processen, digitale systemen en afspraken”, zegt hij.

De Topsector Energie jaagt het ontwikkelen van een referentiearchitectuur bewust aan, verklaart Veldkamp. Hij stelt vast dat er steeds minder samenhang is in het gehele energiesysteem. “Dat moet anders”, vindt hij. “Het is zaak dat de energiesector gaat samenwerken aan een energiesysteem waarmee we digitale innovaties wél op een goede manier kunnen inpassen.” Volkerts is het daarmee eens: “Als we zo’n referentiearchitectuur nu niet ontwerpen, eindigen we met een energiesysteem dat wel gedigitaliseerd is, maar waarvan de onderdelen niet goed samenwerken.”

Vraag en aanbod afstemmen

Het goed kunnen afstemmen van vraag en aanbod op de energienetten is een belangrijke reden om een referentiearchitectuur te willen, legt Volkerts uit. “Vroeger kwam energie uit uit centrales via leveranciers bij de consumenten. Dat was eenrichtingsverkeer. Tegenwoordig wordt energie op allerlei plekken duurzaam opgewekt. En er komen nieuwe vormen van verbruik: denk aan warmtepompen en elektrische auto’s. We zullen vaker elektriciteit opslaan, of omzetten in andere energiedragers, zoals waterstof. Vraag en aanbod op elkaar afstemmen wordt daardoor ingewikkelder.” Een referentiearchitectuur helpt om dat beter te laten verlopen, aldus Volkerts.

Waarborgen opnemen

Data governance is een ander belangrijk onderdeel van een referentiearchitectuur, voegt de Baringa-directeur toe. “Er is nauwelijks zicht op welke data wanneer bij wie terechtkomt. Dat leidt tot vragen rond privacy, veiligheid en regelgeving. Als je referentiearchitectuur duidelijke kaders en richtlijnen biedt, is voor toetreders tot de markt duidelijk waaraan zij moeten voldoen én creëer je transparantie voor de gebruikers.” Veldkamp sluit zich hierbij aan: “Je moet afdwingen dat het energiesysteem open en democratisch bestuurbaar wordt. Anders loop je het risico dat sommige partijen hun belangen erdoor gaan drukken. Ook moet je waarborgen opnemen, bijvoorbeeld om te voorkomen dat er op het gebied van data monopolisten ontstaan.”

Bruikbare elementen

“Als Topsector Energie hadden we direct het besef dat je niet met een leeg vel papier hoeft te beginnen”, laat Veldkamp weten. “Er is in Nederland, Europa, en wereldwijd al het nodige ontwikkeld op dit gebied. Daarom vroegen wij Baringa: breng dat eens in kaart en geef aan wat hergebruikt kan worden. Geef ook aan wat nog witte vlekken zijn. De uitkomsten van de verkenning helpen ons om scherper te definiëren op welke terreinen er voor de Nederlandse situatie, binnen de Europese context, nog werk aan de winkel is.”

Baringa zocht niet alleen naar geschikte referentiearchitecturen in de energiesector maar keek bewust ook naar andere sectoren waar digitalisering een grote rol gespeeld heeft, of nog speelt, geeft Volkerts aan. “Denk aan de telecomsector en de gezondheidszorg. Uiteindelijk vonden we een aantal nationale en internationale architecturen met bruikbare elementen voor de Nederlandse situatie. Daarmee heb je nog geen kant-en-klare architectuur voor Nederland, maar wel een denkraam met grote blokken. Daarvan kun je uitzoeken hoe je ze kunt laten samenwerken en er innovaties op aan kunt laten sluiten. Dat biedt een mooi vertrekpunt.”

Beginnen bij elektriciteit

Veldkamp is enthousiast over de uitgevoerde verkenning: “Hiermee hebben we al 80 tot 90 procent van de ingrediënten voor een referentiearchitectuur voor de Nederlandse energie-infrastructuur. In een vervolgstap willen we ons richten op het omzetten van deze ingrediënten naar een referentiearchitectuur die toepasbaar is in de praktijk.” Daarover adviseert Baringa om te beginnen bij een systeem voor elektriciteit. Volkerts legt uit waarom: “Het kan lang duren om tot een toepasbare architectuur te komen als je je op te veel energievormen tegelijk richt. Creëer daarom een raamwerk dat je voor alle energievormen kunt gebruiken. En vul dat eerst in voor elektriciteit: daar zit de meeste dynamiek en vind je de meeste nieuwe toepassingen. Vooral in de haarvaten van het systeem zijn er nog de nodige witte vlekken die ingevuld moeten worden op weg naar een flexibel, eerlijk, betaalbaar te duurzaam energiesysteem.”

Volkerts benadrukt verder dat in de ontwikkelfase veel dialoog nodig is. “Daarvoor kun je een community van experts en geïnteresseerden samenstellen die feedback geeft aan het ontwikkelteam en op het proces. Tijdens onze verkenning hadden wij ook zo’n klankbordgroep. Die bleek heel waardevol. Twee weten tenslotte meer dan één. Met zo’n community zorg je ervoor dat het ontwerp blijft aansluiten bij de behoeften van de sector én je creëert betrokkenheid vanuit de sector.”

Probleem zonder eigenaar

Veldkamp durft nog niet te zeggen wanneer een referentiearchitectuur helemaal overgedragen kan worden aan de sector. “Het is belangrijk dat we genoeg draagvlak voelen bij de markt én bij de overheid. Dat is er nu nog niet. Zo’n referentiearchitectuur is een goed voorbeeld van wat wij een ‘probleem zonder eigenaar’ noemen. Iedereen vindt het belangrijk, maar niemand trekt het naar zich toe. En zolang er geen andere partij is die zich hiervoor verantwoordelijk voelt, blijven wij als Topsector Energie graag betrokken.”

“We willen het vertrouwen hebben dat een toekomstig ontwerp niet ergens in een la verdwijnt”, laat Veldkamp weten. Volkerts erkent dat risico: “Het doel is dat zo’n nieuwe architectuur sectorbreed toegepast gaat worden. Anders heeft het ontwikkelproces geen zin. Het moet geen papieren exercitie worden. Daar wordt niemand beter van. We doen dit voor alle partijen in de sector. Daarom moeten de uitkomsten aansluiten op hun behoeften en verwachtingen.”