Nieuwe MOOI-tender: Focus op systeemoplossingen voor de integratie van grootschalige hernieuwbare elektriciteitsproductie

Status van deze subsidiemogelijkheid

Op 1 april 2022 opent de volgende rond van de de MOOI-regeling (subsidieregeling Missiegedreven Onderzoek, Ontwikkeling en Innovatie). Deze is onlangs gepubliceerd in de Staatscourant. In het Klimaatakkoord zijn verschillende missies benoemd, waar de MOOI-regeling op aansluit. Deze MOOI-ronde voor Missie A van het Klimaatakkoord (“Elektriciteit”) is gericht op innovaties voor de opwekking van duurzame elektriciteit die passen bij de specifieke omgeving op zee en op land. Voor het offshore energie deel zijn dat de windenergiegebieden en drijvende zonneparken op de Noordzee.  

Doelstelling

De doelstelling van het onderdeel ‘Elektriciteit’ binnen de subsidiemodule MOOI is om onderzoeks- en ontwikkelingsprojecten voor deze innovatiethema’s te stimuleren die binnen 10 jaar (uiterlijk in 2032) tot een eerste toepassing leiden. De innovaties moeten bijdragen aan een betaalbare, betrouwbare, schone en veilige energievoorziening. Daarnaast zijn de milieukwaliteit van de Noordzee en het landelijke gebied en het mogelijk maken van medegebruik belangrijk. 

De subsidieregeling richt zich op twee innovatiethema’s: 

  1. Innovaties als integraal onderdeel van windenergiegebieden op zee. 
  2. Innovaties voor drijvende zonneparken op de Noordzee. 

Deze worden als volgt toegelicht:

Innovatiethema 1: Innovaties als integraal onderdeel van windenergiegebieden op zee 

Een windenergiegebied omvat in ieder geval windturbines voor productie van elektriciteit, het elektrische netwerk en een aansluiting op het elektriciteitsnet. Daarnaast kan een windenergiegebied ook het volgende omvatten: drijvende zonnepanelen voor de productie van elektriciteit, elektriciteitsopslag, installaties voor conversie van elektriciteit naar gas, gasleidingen, en gasopslag. 

De waardeketen omvat de installatie, de exploitatie en ontmanteling van het duurzame energiepark op zee. De wijze van ontwerp, bouw en exploitatie van het windpark draagt bij aan het behoud en zo mogelijk versterking van het ecosysteem van de Noordzee en biedt onder voorwaarden ruimte voor vormen van medegebruik zoals passieve visserij en aquacultuur. Gestreefd wordt naar verkleining van de footprint van het windpark in termen van CO2- en stikstofemissies en materialengebruik. 

Innovatiethema 2 – Innovaties voor drijvende zonneparken op de Noordzee 

Innovatiethema 2 gaat over opzichzelfstaande drijvende zonneparken op de Noordzee. Een drijvend zonnepark omvat het systeem voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en oplossingen voor het verlagen van de kosten voor diverse randvoorwaarden. Dergelijke innovaties kunnen zijn het geschikt maken van de drijfinstallatie voor de weersinvloeden, systeemlevensduur en een oplossing voor de aansluiting op het elektriciteitsnet. 

 

Voor beide innovatiethema’s gelden de volgende voorwaarden om een voldoende te kunnen scoren: 

  • Betaalbaarheid: verlaging van de opwekkings-, systeem-, en maatschappelijke kosten van de energieproductie; en 

  • Betrouwbaarheid: de bedrijfszekerheid van een windenergiegebied en de flexibiliteit en inpasbaarheid van de hernieuwbare energie in het energiesysteem worden vergroot. 

Daarnaast dient in de aanvraag er ten minste aandacht te worden gegeven aan elk van de volgende aspecten. Daarbij kan een innovatieproject binnen dit thema hoger scoren op het rangschikkingscriterium ‘Bijdrage aan de doelstelling’ als er ook actief wordt bijgedragen aan: 

  • Verminderen van milieudruk en efficiënter gebruik maken van grondstoffen: er wordt actief gewerkt aan het verminderen van materiaalgebruik (met name primaire en schaarse grondstoffen) en aan verhoging van hergebruik van materialen, levensduur, losmaakbaarheid, herbruikbaarheid, hernieuwbaarheid en adaptiviteit; 

  • Beschermen en/of bevorderen van ecologie: het ecosysteem, waaronder de biodiversiteit en de waterkwaliteit van de Noordzee, wordt beschermd en zo mogelijk versterkt; 

  • Faciliteren van meervoudig ruimtegebruik: het medegebruik binnen het windpark wordt gefaciliteerd, zodat de beschikbare ruimte in Nederland optimaal wordt benut; en/of 

  • Verbeteren van de veiligheid: de fysieke veiligheid van het personeel bij werkzaamheden wordt verbeterd en de cyber security van het energiesysteem versterkt. 

Voor Onderzoeks- en ontwikkelrichtingen van beide innovatiethema's verwijzen wij graag naar punt 1.Missie A: Elektriciteit in bijlage A van de regeling.

Ook in deze ronde zijn er binnen de subsidiabele thema’s ook overige projectactiviteiten subsidiabel (tot maximaal 50%) zolang ze bijdragen aan de doelstelling. Hierbij kan bijvoorbeeld gedacht worden aan kennisdisseminatie of scholing- en opleidingsactiviteiten. 

Kenmerken

Innovatiethema’s voor offshore energie:

Offshore (MMIP 1):  

  1. Innovaties als integraal onderdeel van windenergiegebieden op zee 
  2. Innovaties voor drijvende zonneparken op de Noordzee 

Voor innovatiethemass 3 en 4 onder Missie A: Elektriciteit (betreffende onshore hernieuwbare elektriciteitsproductie) verwijzen wij u graag door naar TKI Urban Energy. Voor vragen over deze innovatiethemas kunt u contact opnemen met Robin Quax (+31622501989).

TRL-niveau

Midden TRLs (industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling).

Tendersysteem:

Op basis van rangschikking

Tender open:

Inwerkingtreding per 1 april 2022 
Deadline vooraanmelding: 19 april 2022 vóór 17:00

Tender sluit:

Deadline definitieve subsidieaanvraag: 6 september 2022 vóór 17:00

Budget:

€21 miljoen budget voor Missie A in totaal (dus voor alle vier innovatiethema's)

Binnen de Missie A voorstellen wordt eerst voor MMIP 1 (offshore) en MMIP 2 (onshore) het hoogst scorende project geselecteerd; vervolgens ook voor MMIP 3 en MMIP 4. Daarna worden projecten missie-breed op score gerangschikt. 

Voor Missies A, B en C is het totaal budget € 66,4 miljoen. Een eventueel restbudget wordt over alle Missies verdeeld. 

Subsidieomvang:

  • Industrieel onderzoek, experimenteel onderzoek en andere projectactiviteiten: 40%  
  • Extra subsidie voor kleine en middelgrote bedrijven 20% resp. 10% Bij het uitblijven van daadwerkelijke samenwerking wordt het subsidiepercentage met 15% verlaagd. 
  • Kennisinstellingen kunnen tot 80% subsidie ontvangen voor niet-economische activiteiten. 
  • Minimale subsidie per deelnemer: € 25.000 
  • Minimaal totaal subsidiabel projectbudget € 2.000.000 
  • Maximale subsidie per project is € 4.000.000 
  • Subsidiëring van andere projectactiviteiten (bv. kennisdeling, educatie (e.g. Learning Communities)) worden in aanmerking genomen voor maximaal 5% van de subsidiabele kosten met een maximum van € 350.000 per project.  

Belangrijkste overige voorwaarden:

 

  • Onderzoeksinstellingen mogen kosten maken tot maximaal 50% van de totale subsidiabele kosten.  
  • Maximale tijdsperiode voor uitvoering van het project: 4 jaar. 
  • Een consortium dient te bestaan uit minimaal 3 niet-aangesloten deelnemers van bedrijven en eventueel een of meer onderzoeksinstellingen.  
  • Vooraanmelding; heeft betrekking op één subsidieaanvraag 
  • Aanvragers moeten o.a. een projectplan (met meetbare indicatoren), een financieringsplan; een beknopte beschrijving van de kennis, ervaring en capaciteiten van het team en een kennisverspreidingsplan.  
  • Kijk voor uitsluitingen en aanvullingen op de regeling pagina 

Beoordeling op basis van de rangschikkingscriteria

  • Bijdrage aan de doelstellingen van de regeling
  • Mate van innovatiekracht t.o.v. internationale stand van onderzoek en versterking Nederlandse kennispositie
  • Slaagkans van de innovatie in Nederlandse markt
  • Kwaliteit van het project
  • Kwaliteit van het samenwerkingsverband

Let op: Alleen de officiële regeling en informatie op de website van RVO is leidend. 

Lees meer over de MOOI regeling 2022 op de RVO website